|
In het kort mijn verklaring voor zgn.
donkere materie en energie. Donkere materie, ofwel
materie die niet EM wisselwerkt, moet bestaan uit elementaire (niet
samengestelde) deeltjes. Immers alle samengestelde ladingsloze
deeltjes kunnen altijd alleen uit quarks bestaan die altijd
elektrische lading hebben.
Eerst geef ik een analyse van
welke elementaire deeltjes allemaal kunnen bestaan.
Ons hele universum, met alles wat daarin mogelijk is, is volledig te
beschrijven met een niet-reduceerbare symmetrie analyse. Deze
analyse moet volledig relativistisch worden gedaan. De volledige
symmetrie groep van ons A(lgemeen)R(elativistische)
universum is de S(peciaal)R(elativistische)
Poincaré-groep
aangepast zodat deze ook voldoet aan
het
SAP. Alle
transformaties van deze groep zijn te geven met een
4x4 transformatie tensor.
Deze tensor is eenduidig te geven als de som van een symmetrische
tensor Sμν
en een anti-symmetrische tensor Aμν. |
|
Een beschrijving van wat we waarnemen uit zich
altijd in oorzaken en gevolgen. Hierom zal ik de volledige
SR symmetrie-groep die ook voldoet aan het
SAP, gevat in
Sμν
en Aμν,
tot leven brengen met fermionen (massieve halfwaardige spin quanten) die
bose-krachtenvelden opwekken.
De 10 vrijheidsgraden van de symmetrische
tensor Sμν
zijn te representeren met de spin½ massa’s
als bronnen en het hierdoor aanwezige spin2
gravitatieveld.
De 6 vrijheidsgraden van de
anti-symmetrische tensor Aμν
zijn te representeren met de spin½ ladingen
als bronnen en het hierdoor aanwezige spin1
EM-veld.
Zoals bekend geven de Maxwell vergelijkingen het EM-veld niet volledig. Pas na
opleggen van zgn.
ijksymmetrie is het
EM-veld volledig te geven. Voor het
EM-veld geldt de U(1)-ijksymmetrie,
SR gegeven door de zgn. Lorentz-ijksymmetrie.
De elektrozwakke theorie, ook een ijktheorie,
is volledig te geven door de U(1)xSU(2)
ijksymmetrie, waarin het foton (de niet reduceerbare beschrijving v.h.
spin1 EM-veld) gemixed (volgens de
Weinberg-hoek) voorkomt met de massieve
Z en W±
zgn. ijkbosonen. De enige extra ijksymmetrie die nu nog mogelijk is in ons
4D-ruimtetijd universum is de
SU(3) ijksymmetrie. Deze
ijksymmetrie geeft
niet-reduceerbaar alle spin3/2
quarks als niet zelfstandig voorkomende deeltjes, die
alleen gecombineerd als zgn.
hadronen
voorkomen. Hiervan worden de spin½
samengestelde fermionen
baryonen genoemd en
de samengestelde bosonen worden
gluonen (die
quarks van een baryon bijeenhouden) en
mesonen
genoemd. Alleen de anti-symmetrische acties, gerelateerd aan elektrische lading,
kennen ijksymmetrie, omdat de symmetrische acties, gerelateerd aan
massa, geen zgn. ijksymmetrie toelaten. Alle termen vallen hier tegen elkaar weg. Hierom is het
gravitatieveld niet te schrijven als een ijkveld! Alle overige krachtenvelden
zijn gerelateerd aan lading en dus te beschrijven via ijksymmetrie.
Hierom is de volledige symmetrie-groep van ons universum gegeven door de
SAP uitgebreide
Poincaré-groep, ofwel Sμν
en Aμν,
én de U(1)x(SU(2)xSU(3)
ijksymmetrie van de
anti-symmetrische (ladinggerelateerde) acties.
Zoals experimenteel is aangetoond, resulteert
gravitatie in
kromming van 4D-ruimtetijd.
Deze kromming is wiskundig alleen te analyseren met lineaire ruimte.
Deze analyse vereist dan een verdubbeling van het aantal
vrijheidsgraden, zoals Einstein m.b.v. werk van
Riemann e.a. heeft uitgewerkt. Dit
blijkt de fundamentele reden voor het feit dat de
krommingstensor, ofwel
Riemann-Christoffel
tensor, 20 vrijheidsgraden
heeft, terwijl de metriek en de eveneens met
2-indices gegeven
symmetrische Ricci tensor maar 10
vrijheidsgraden hebben. Dit is in 4D
gekromde ruimtetijd aangetoond met de Bianchi symmetrie relaties van
de krommingstensor. Volgens Einstein’s S(amenhangende)A(cties)P(rincipe)
moet kromming in elke beschrijving worden meegenomen. Dus ook in
elke SR beschrijving en ook in
elke QM beschrijving!
De enige manier om bij een lineaire beschrijving het aantal
vrijheidsgraden te verdubbelen is door alle niet-reduceerbare
representaties van de volledige symmetrie-groep, ofwel alle
elementaire deeltjes, te beschrijven als puntdeeltjes die harmonisch
oscilleren in het 2D-vlak
loodrecht op de waargenomen bewegingsrichting gegeven door de
SR wereldlijn. Eigenschappen die
opgemerkt worden in de QM leiden
ook tot deze conclusie.
De positie van een uitgebreid elementair deeltje geef ik door de
gemiddelde positie van dit deeltje, ofwel de
SR positie op de wereldlijn. Dit is
ook de positie die gebruikt moet worden in een
Euler-Lagrange beschrijving om de
bewegingsvergelijkingen af te leiden. Het deeltje zelf, exact
beschreven met een puntbeschrijving zal echter nooit op deze
wereldlijn aanwezig zijn, maar altijd harmonisch oscilleren in het
2D-vlak loodrecht op deze
wereldlijn. Deze SR oplossingen
zijn alleen op te lossen door opleggen van
R(and)v(oor)W(aarden).
Bosonen wisselwerken alleen in de waargenomen bewegingsrichting,
ofwel moeten beschreven worden met
gesloten RvW. Fermionen kunnen
wisselwerken in alle richtingen en kunnen hierdoor nooit met meer
dan één tegelijk op een bepaalde ruimtetijd positie zijn. Hierom
hebben fermionen open RvW. Open
RvW hebben een positief geheel
getal als vrijheidsgraad extra. Dit moet het
quantum getal van de deeltjesfamilie zijn. Hoe hoger dit
getal, hoe hoger de massa, immers hoe meer rotaties het buiten de
gemiddelde wereldlijn oscillerende puntdeeltje roteert alvorens
hetzelfde oscillatie patroon zich herhaalt. Ofwel meer wisselwerking
met het gravitatieveld en dus meer massa.
De enige massaloze deeltjes zijn het spin1
foton en het
spin2
graviton. Alle andere deeltjes hebben altijd een snelheid
v < c(lichtsnelheid).
Hierom kan men bij de analyse van fermionen bij transformaties
altijd een knoop leggen in het pad van een fermion. Hiermee zeg ik
niet dat dit ooit gebeurt (alleen misschien in een zwart gat),
alleen dat het wiskundig wel mogelijk is. Omdat zonder oorzaken
(fermionen) er ook geen resulterende krachtenvelden van bosonen
zijn, kunnen er alleen universa bestaan in ruimtes die knopen
toelaten.
In 2004 toonde
Grisha Perelman aan dat alleen in
3D-ruimte, ofwel
4D-ruimtetijd knopen te leggen
zijn. Deze beschrijving blijkt geheel correct, ofwel elk mogelijk
universum kan alléén 4D-ruimtetijd
hebben en alleen relativistisch beschreven worden.
Ons universum is ontstaan uit een zwart gat in een
ander universum via een singulariteit.
Deze singulariteit had als
kenmerk dat tijdens de eerste fase v.d. Big
Bang 3 elementaire
deeltjes families van fermionen ontstonden. Na de
Big Bang verspreidde alle
materie zich vanuit de singulariteit
in alle 3D-richtingen, met een
behoud van totale energie en totaal impulsmoment van ons
universum.Omdat de energie dichtheid alleen afneemt zijn
3 deeltjesfamilies van
fermionen een gegeven voor ons universum. De singulariteit van het
zwart gat in het andere universum uit zich in dit andere universum
door zgn. verdampen van dit zwarte gat.

Laatste verandering:
20-08-2009 15:54:44
|