|
dichtheid. In gekromde ruimtetijd, ofwel de ruimte
die volgens SAP altijd in de beschrijving
moet worden meegenomen, moeten alle matrices
zgn. tensoren zijn en alle ruimtetijd
afgeleiden moeten zgn. covariante-afgeleiden
zijn. De volgorde van gewone afgeleiden maakt niet uit, bij
covariante-afgeleiden maakt dit wel uit!
Alle eigenschappen van covariante-afgeleiden
leiden tot de zgn. krommings(Riemann-Christoffel)tensor.
Deze tensor heeft 20 vrijheidsgraden. Vaak
wordt dit verklaart met de Bianchi symmetrie
relaties, maar in feite komt dit doordat covariante-afgeleiden
niet commuteren!
Ofwel, SAP
impliceert dat in elke beschrijving alleen tensoren en
covariante-afgeleiden
gebruikt mogen worden! Dus ook in elke SR
beschrijving. De Euler-Lagrange en
Einstein-Hilbert
beschrijvingen zijn punt beschrijvingen. Alle beschreven voorwerpen
worden gegeven door een punt in SR
4D-ruimtetijd. Hierom volgen alle
bewegingsvergelijkingen uit de zgn. Ricci
tensor, ofwel de gecontraheerde krommingstensor,
waardoor het aantal vrijheidsgraden gehalveerd wordt (20
→ 10).
Wiskundig is dit probleem alléén op te lossen door verdubbeling
van het aantal vrijheidsgraden in de enig mogelijke niet-reduceerbare
beschrijving van alle
symmetrieën van ons universum. Elke exacte beschrijving
moet een punt-beschrijving zijn! Hierom
gaan alle Q(uantum)M(echanische)
beschrijvingen uit van punt-deeltjes met zgn. intrinsieke eigenschappen, zoals
spin. In April 1998 trok ik de conclusie dat alle
elementaire deeltjes beschreven moeten worden als uitgebreide deeltjes met een punt-beschrijving in het
2D-vlak loodrecht op de waargenomen
bewegingsrichting, meestal gegeven door de SR
wereldlijn. In de limiet naar nul is kromming verwaarloosbaar en is
de uitgebreidheid in het 2D-vlak
SR te beschrijven. De uitgebreidheid is héél
klein, ofwel niet waarneembaar. Hierom is een SR
beschrijving altijd te gebruiken als uitgangspunt voor de uitgebreidheid van
alle elementaire deeltjes. Het beschrijvende inertiaalstelsel is gekozen met
oorsprong op de gemiddelde positie v.h. harmonisch oscillerende wiskundige punt
in het 2D-vlak. Deze oorsprong geeft dus de positie van het kwantum deeltje op
de SR wereldlijn. De oplossing heeft bewegingsconstanten die naar voren komen door symmetrieën. In
de eerste plaats is de totale energie H=E(p)+U(r)
= hf = hω,
met p de impuls van het punt-deeltje waargenomen vanuit het
met het deeltje meebewegende inertiaalstelsel, r de afstand van de
oorsprong van het inertiaalstelsel, f de frequentie van oscillatie in het
2D-vlak,
h Planck's
constante, ω de
hoek-frequentie en h
Dirac's constante. De potentiële
energie moet resulteren in harmonische oscillatie: U(r)
= ½kr2,
met k een kracht-constante die nog bepaald moet worden. De
ruimtelijke-constante is gewoon het impulsmoment, ofwel spin
S = hs in de
bewegingsrichting gegeven door de wereldlijn in de richting van beweging van het
deeltje (en gekozen inertiaalstelsel). Constante h is weer
Dirac's
constante en s moet een
positief half of geheel getal zijn waarmee alle mogelijke
fermionen en bosonen
beschreven worden.
Ofwel het altijd gebruikte intrinsieke impulsmoment uit de
QM komt nu écht begrijpbaar naar voren door
QM te laten voldoen aan
Einstein's
SAP. De volledige
SR symmetriegroep is de
Poincaré-groep.
Deze groep heeft 10 vrijheidsgraden
en moet worden uitgebreid zodat deze SR
analyse ook aan het SAP voldoet! De
uitgebreide Poincaré-symmetriegroep is
volledig te geven met een transformatie tensor die eenduidig is te geven als de
som van een symmetrische en een anti-symmetrische tensor. Alle elementaire
deeltjes moeten volgen uit de meest algemene symmetrie groep, ofwel de
uitgebreide Poincaré-groep. Deze uitgebreide
Poincaré-symmetriegroep heeft niet
10 maar 2x10+1x6
= 26 vrijheidsgraden. Er zijn
2
soorten deeltjes: 1.
Fermionen, ofwel krachtveldbronnen
met halfwaardige spin. 2.
Bosons, ofwel
elementaire krachtveld deeltjes met heelwaardige spin. Alle transformaties van de uitgebreide
Poincaré-groep worden niet-reduceerbaar
gerepresenteerd door: spin2xspin½
+ spin1xspin½
onder voorwaarde dat alle niet-reduceerbare representaties uitgebreid worden
beschreven in het 2D-vlak loodrecht op de
SR wereldlijn! Het
QM golf-deeltje
karakter komt hierdoor vanzelf naar voren. Het spin2 deeltje is het rust-massa- en ladings-loze
graviton met als bron de
vermenigvuldigde
spin½ massa. Het
spin1 deeltje is het rust-massa- en ladings-loze
foton
met als bron de vermenigvuldigde
spin½ lading. De gemiddelde uitgebreidheid van een elementair deeltje blijkt
rechtevenredig met de spin, zodat uit
SAP volgt s > 0.
Hierom zijn de enige
mogelijke spins: s
є{2,
1½, 1,
½}, waarvan alléén
s є{2,
1,
½} stabiel kunnen voorkomen. De
Euler-Lagrange en de
Einstein-Hilbert actie mechanismen
blijven geldig, zolang alle elementaire deeltjes hierbij beschreven worden met
de gemiddelde positie op de SR wereldlijn. Zoals bekend is, wordt het
EM-veld niet
volledig gegeven door de Maxwell
vergelijkingen, die SR gegeven worden door
de anti-symmetrische EM-veld tensor
Fμν.
Pas na opleggen van een zgn. ijksymmetrie is het
EM-veld volledig te geven. Alle ijksymmetrie
is gerelateerd aan het anti-symmetrische
veld, aanwezig door elektrische lading. Dit komt
omdat symmetrische velden géén ijksymmetrie laten
zien! Hierom is de volledige ijksymmetrie-groep van ons universum niets anders
dan de bekende U(1)xSU(2)xSU(3) ijksymmetrie die altijd gebruikt wordt
in K(wanten)V(elden)T(heorieën). De
U(1)xSU(2) ijkbosonen beschrijven de
gemengde (gegeven met de zgn. Weinberg hoek)
foton en het ongeladen massieve
Z-boson en de massieve en
geladen W± bosonen. De
SU(3) ijksymmetrie groep
beschrijft alle geladen massieve spin3/2
quarks, die moeten combineren
tot
hadronen, waarvan alléén stabiele
spin½ baryonen en wisselwerkende
bosonen, gluonen en
mesonen genoemd, waargenomen worden. In de standaard
Q(uantum)C(hromo)D(ynamica)
worden alle quarks verondersteld
spin½ deeltjes te zijn, met daarnaast ook
veronderstelde zgn. isospin, om te komen tot een
beschrijving met 4 vrijheidsgraden. Dat
quarks nooit alléén worden waargenomen wordt
in het standaard model echter niet verklaard! Volgens mij kunnen quarks
alléén intrinsiek instabiele
spin1½ deeltjes zijn. De gebruikte zgn.
iso-spin vind ik absolute onzin! Bij het oplossen van de bewegingsvergelijkingen voor uitgebreidheid in het
2D-vlak loodrecht op de bewegingsrichting
(wereldlijn), zijn R(and)v(oor)W(aarden)
nodig om de D(ifferentiaal)V(ergelijkingen)
op te lossen. Open RvW hebben
één positief geheel getal als
vrijheidsgraad extra. Dit getal geeft het aantal rotaties in het
2D-vlak voordat de oscillerende beweging zich
herhaald. Dit is dus het quantum getal van de deeltjes familie. Hoe hoger dit
getal, des te groter de wisselwerking met het gravitatieveld, dus hoe groter de rust-massa van het beschreven deeltje.
Open RvW beschrijven deeltjes die in alle
richtingen kunnen wisselwerken met andere deeltjes, ruimte innemen en dus nooit
gelijktijdig dezelfde ruimtetijd positie kunnen bezetten. Ofwel alle
fermionen moeten beschreven worden met
open RvW!
Gesloten RvW beschrijven
bosonen die alleen met andere deeltjes
kunnen wisselwerken in de bewegingsrichting. Van al deze elementaire deeltjes
bestaat dus maar één exemplaar. Alléén van samengestelde
bosonen kunnen meerdere families bestaan. Ik zie ons universum ontstaan uit een
singulariteit met een bepaalde
totale energie die tot de Big Bang van ons
universum leidde. Deze constante energie verspreidt zich in alle richtingen. Net
na de Big Bang is de energie dichtheid het
grootst en deze zal bij uitbreiden van het heelal afnemen onder toename van de
entropie. Uit experimenten blijkt dat ons universum nu
3 families van fermionen telt. Deze families
ontstonden toen de energie dichtheid het grootst was, ofwel net na de
Big Bang.
Daarom ga ik er van uit dat 3 families van
elementaire fermionen een vaststaand gegeven is van ons universum.
In
2004 toonde Grisha
Perelman aan dat uitsluitend in 3D-ruimte, ofwel de
SR 4D-ruimtetijd,
knopen gelegd kunnen worden.
Fermionen hebben altijd massa omdat ze beschreven worden met
open RvW. Hierom kan men wiskundig altijd knopen leggen in de afgelegde paden
van fermionen. Hiermee zeg ik niet dat het ooit zal gebeuren, alleen
dat het wel kan. Fermionen zijn
de bronnen van alle bosonen, ofwel
zonder fermionen
hélémaal niets. Op
basis van deze ontdekking van Perelman
heb ik de conclusie getrokken dat de enige universa met wiskundig
bestaansrecht 4D-ruimtetijd
moeten hebben!

Laatste verandering:
24-07-2009 20:30:52 |